Het weekendje Groningen (scrollen naar beneden) , dat ons naar zoveel verrassende plaatsen bracht, heeft mij aan het denken gezet. Ooit had ik een geniaal gekke vriend, die pertinent niet op vakantie wilde. Hij was beeldend kunstenaar en beweerde dat hij iedere dag in zijn eigen straat zoveel opmerkelijks zag. Elk moment was het licht anders, de wolken, de kleuren en altijd en overal zag hij boeiende mensen, momenten, situaties... Ik was pas achttien en wilde de wereld gaan ontdekken. Hoe verder hoe liever. Mijn ouders woonden in Haren, een dorp vlak bij Groningen en ik wilde er graag weg. Naar de Randstad, in mijn uppie op naar het grootse avontuur.
Toen ik eenmaal in Leiden woonde en die, in mijn ogen zeer interessante man had ontmoet wilde ik mijn horizon nog verder verleggen. Groot was toen ook mijn teleurstelling toen hij daar helemaal niet voor open stond. Prince Charming bleek een huismus te zijn.
Nu was hij een man apart, daar zou ik een boek over kunnen schrijven, maar samen reizen hebben we dus nooit gedaan. Eén appartementje samen bewonen was uiteindelijk al een universum te veel. Wat ik echter wel van hem heb geleerd, te schade en te schande, is dat er inderdaad zoveel te beleven valt op kleine schaal. Reizen doe ik nog steeds heel graag maar verder is niet persé beter of interessanter. Vandaag heb ik een leuk boek van de bibliotheek meegenomen; "Het toppunt van Nederland. Een reisgids naar de dikste boom, de scheefste toren, het kleinste museum en 1563 andere records en rariteiten." Ik voorzie nog heel veel 'ontdek je plekje' potsjes...