Het is ontiegelijk stom; ik weet het, maar ik zit weer met mijn gedachten bij Erik die vannacht gaat vliegen.
Wellicht zou hij zich meer zorgen moeten maken over mij. Ik heb vanmiddag levensgevaarlijk gecaprioold op een keukentrapje omdat er een gordijnhaakje was losgeschoten en ik dat kreng even wilde vastmaken. En dat terwijl er ook nog eens twee katten om me heen draaiden als potentiële brekebenen. Kortom, alle huishoudelijke gevaren gecombineerd. Dat is pas echt gevaarlijk en statistisch gezien vast doodsoorzaak numero uno. Niet, zoals hij nu, een beetje comfortabel in een vliegtuigstoeltje hangend, omringd door knappe stewardesses. Statistisch gezien zit hij nu reuze goed. Vliegen is reuze veilig, ik weet het. Maar toch.
Hij heeft me vaak gebeld en gemaild de afgelopen dagen en vertelde mij de horrorstory van twee collega's die zondagochtend op de A4 naar Schiphol, werden ingehaald door
een auto die in de slip raakte. Die bestuurder belandde tegen een boom en was morsdood. Zij konden niets anders dan constateren dat het te laat was voor deze jongeman. Waar zou hij op weg naar toe geweest zijn? Was er bij hem ook een lief die heeft gevraagd voor hij op pad ging "rij je voorzichtig?" Het was maar e
en piepklein berichtje in de krant.Zulke berichtjes lees je iedere dag weer opnieuw en al die berichtjes tesamen tikken meer aan dan die doden die vallen bij een vliegtuigongeluk. Leven is een risicovolle aangelegenheid. Soms zou ik wel eens willen dat al mijn dierbaren veilig in een hokje bleven zitten. Dat ze niks kon gebeuren. Dat ze immuun zouden zijn voor ziekten, ongevallen, oorlog of dood. Maar dat gaat nu eenmaal niet. Niet leven is immers ook een beetje sterven.
Als een moeke zou ik ze willen beschermen, zozeer soms dat ik bijna hun bestaan wil ontkennen. Wie niet bestaat, leeft niet maar kan ook niet doodgaan. Houden van kan pijnlijk zijn...