Het wodka verhaaltje
De bestellingen voor het aperitief werden opgenomen. Benno dronk slechts zijn eigen champagne, dat wisten we en die was voorradig. Van Juul daarentegen was niet bekend wat zij zou nuttigen maar de kelder was ruim gevuld met alle mogelijke gangbare en obscure drankjes dus dat zou geen probleem mogen zijn. De adjudant vroeg voor haar een glaasje wodka, in een witte wijnglas geserveerd. Wodka, wodka, waar was de wodka? Laat die nu net niet meer aanwezig zijn. De gastvrouwe had alleen nog een zilveren heupflacon op de schoorsteenmantel staan als dierbaar aandenken aan haar man zaliger. Oomlief was een verwoed visser en jager, een echte vrouwenplager dus, en ooit had hij deze van een familielid gekregen. Zij had die speciaal voor hem uit Moskou meegebracht, goed gevuld met onvervalste USSR wodka.

De flacon werd fluks geleegd in het wijnglaasje en de slijter in Hengelo gebeld. 'Ook al is het zaterdagavond, we moeten NU wodka hebben, subiet, stante pede, gleich Jetzt'! De goede man sprong in zijn voituur en sjeesde richting buitengewest waar het landgoed , waar dit verhaaltje afspeelt, zich bevindt. Zoon van gastvrouw deed hetzelfde en halverwege, ergens bij Usselo waar Gert en Hermien woonden, werd bij het stoplicht de fles wodka uitgewisseld. Zoonlief sjeesde met een rotgang weer terug en bij de tweede ronde van het aperitief kon uit de nieuwe fles geschonken worden. Ik ging als brave dienstbode de glazen naar de blauwe salon brengen en de gastheer mopperde nog dat dat rijkelijk laat kwam. Wist hij veel dat mensen hun leven geriskeerd hadden op de provinciale weggetjes voor dat ene glas...

trekvlek riep:
op: 25 Maart 2004 om 15:46
hehehe! those were the days!